Pijnstilling bij onderzoeken
Sommige onderzoeken kunnen vervelend zijn. Ook kan het zijn dat je lang stil moet liggen. Misschien heb je dan met de dokter afgesproken dat je hiervoor pijnstilling of sedatie krijgt. Hierdoor is het onderzoek minder spannend en minder vervelend.
Als je pijnstilling krijgt, krijg je voor het onderzoek een medicijn.
Soms krijg je sedatie. Er zijn twee soorten sedatie: lichte sedatie en diepe sedatie.
- Bij lichte sedatie krijg je lachgas of een licht slaapmiddel. Door de lichte sedatie is het onderzoek minder spannend. Je bent meestal wel nog wakker. Je kunt lichte sedatie bijvoorbeeld krijgen voor bloedafname of als je een infuus krijgt. De lichte sedatie krijg je meestal op de kinderdagbehandeling. Hoe dat gaat wordt in het fotoboek hieronder uitgelegd.
- Bij diepe sedatie krijg je een infuus op de kinderdagbehandeling. Op de afdeling waar je onderzocht wordt, krijg je een slaapmiddel. Hierdoor slaap je tijdens het onderzoek. Je merkt dan niets van het onderzoek. Diepe sedatie wordt vooral gebruikt als je lang stil moet liggen tijdens een MRI-scan of voor een kijkonderzoek van je maag of darmen.
Na het onderzoek slaap je uit op de kinderdagbehandeling. Je blijft daar tot je weer goed wakker bent. Ook moet je weer goed kunnen eten en drinken voor je naar huis mag.
Start hier voor uitleg over lachgas (lichte sedatie). Gebruik de pijltjes om door het fotoboek te bladeren.
De pedagogisch hulpverlener legt uit wat er gaat gebeuren vandaag. Van het lachgas wordt je een beetje dromerig/rustig. We bedenken samen een fijne droom.
Soms moet je nog even wachten voordat je aan de beurt bent. Je mag even tv kijken, naar de speelkamer, of iets anders doen wat jij leuk vindt.
Als je aan de beurt bent mag je samen met papa of mama naar de lachgaskamer. Zo ziet de lachgaskamer er uit. Het lachgasapparaat maakt een beetje een zoemend geluid.
Je gaat op het bed liggen. Papa of mama is bij jou.
Je krijgt een klemmetje of een pleister met een lampje op je vinger. Deze meet je hartslag en je zuurstof in je bloed.
De pedagogisch hulpverlener of verpleegkundige zet het kapje op je mond/neus. Zij vertelt tijdens het inademen met het kapje over de droom die jij hebt uitgekozen.
Je gaat niet helemaal slapen van het kapje, je wordt er wel een beetje dromerig/rustig van. Wanneer je dromerig/rustig bent zal de dokter de handeling uitvoeren.
Wanneer het dromen klaar is houdt de pedagogisch hulpverlener of verpleegkundige nog even het kapje voor je vast. Er blaast nu wat zuurstof doorheen om je weer uit de droom te helpen.
Als je weer helemaal terug bent uit de droom, mag je rechtop gaan zitten. Als dat goed gaat, mag je op staan en ben je klaar.